zaterdag 24 maart 2012

Omgaan met ‘lastige’ burgers

Richard de Jong @israelman en Bob Offringa zijn twee burgers die meer dan gemiddeld bewogen zijn met het wel en wee van ons dorp. Ze schijven vaak brieven gericht aan de gemeenteraad. Naast brieven die het algemeen belang dienen zitten er ook regelmatig epistels bij waarbij ze opkomen voor hun eigen belang en rechten. De inhoud van de brieven is meestal interessant. De toon en de gebruikte kwalificaties omtrent personen of organisaties kan beledigend worden opgevat, maar met wat relativeringsvermogen is er ook de humor wel van in te zien. Nu zijn deze twee eigenschappen niet erg ontwikkeld bij een aantal raadsleden. Dit is er de reden van dat de brieven niet meer op de lijst van ingekomen stukken komen als er woorden in staan die niet kunnen. Ik heb als raadslid een minderheidsstandpunt ingenomen in deze beleidslijn, omdat er over de vraag of iets beledigends is van mening kan worden verschild. De vrijheid van meningsuiting heb ik hierbij heel erg hoog. Een van de meest opmerkelijke uitspaken van de Jong was dat hij nog liever met de moslimbroederschap in gesprek gaat dan met de ChristenUnie. Toen de leden van het presidium met deze zinsnede geconfronteerd werden was er nogal veel verontwaardiging. Persoonlijk kon ik maar moeilijk mijn lachspieren onderdrukken bij het zien van de beteuterde gezichten van een tweetal collega fractievoorzitters. Kunst is om bij deze brieven niet elk woord even serieus te nemen en je direct af te vragen wat de beweegredenen zijn en je te verplaatsen in de briefschrijver. Feit is wel dat een groot deel van de raad de veelschrijvers niet serieus meer neemt. Gevolgen hiervan zijn verslechterde verhoudingen, elkaar niet willen begrijpen en verdachtmakingen gecombineerd met al of niet gefundeerde lasterpraat, welke de wereld ingestuurd worden via de social media waarop beide inwoners erg actief zijn. Ik vind deze burgers niet lastig en ben blij dat ze meedenken over het reilen en zeilen van onze gemeente. Een luisterend oor en hen onbevangen benaderen en opkomen voor hun (spreek)rechten lijken mij de ingrediënten die kunnen helpen om tot betere relaties te komen. Voor onze burgervader lijkt hier zeker een taak weggelegd, met een proactieve houding is veel te bereiken. Het zou hem sieren dat hij zich in deze wat minder formeel opstelt en de opmerkingen aangaande de aantasting van het ambt van burgermeester eens laat varen. Indien er een mentaliteitsverandering van vooral de kant van het gemeentebestuur plaatsvindt dan zullen genoemde veelschrijvers vanzelf minder de pen of toetsenbord hanteren in de toekomst, want nu lijken ze er zelfs behagen in te scheppen om als luis in de pels van het gemeentebestuur te fungeren. Wellicht kan ik daarom wel zo goed door een deur met beide inwoners.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen